De eerste jaren van je pensioen zijn vaak de duurste: je bent nog fit, je reist, je verbouwt, en de kleinkinderen zijn er ook nog. Twintig jaar later ligt dat anders. Een hoog-laagconstructie speelt daarop in: je krijgt eerst een hogere uitkering en later een lagere.
Hoe het werkt
Je pensioenuitvoerder keert de eerste periode een hoger bedrag uit, en daarna levenslang een lager bedrag. De wettelijke grens is dat de verhouding tussen de hoge en de lage uitkering niet meer dan 100:75 mag zijn. De lage uitkering moet dus minstens driekwart van de hoge zijn.
De hoge periode duurt meestal tien jaar, of loopt tot je AOW-leeftijd. Die tweede variant komt veel voor bij mensen die vóór hun AOW met pensioen gaan: je hebt dan tijdelijk een hogere pensioenuitkering die het AOW-gat overbrugt, en zodra de AOW binnenkomt zakt het pensioen terug.
Wanneer het slim is
Om het AOW-gat te overbruggen. Stop je op je 65e terwijl je AOW pas op je 67e ingaat, dan mis je twee jaar AOW. Een hoge uitkering in die eerste twee jaar vult precies dat gat, waarna het pensioen zakt op het moment dat de AOW start. Je totale inkomen blijft daardoor vlak.
Als je uitgavenpatroon aan het begin hoger ligt. Wie de eerste jaren wil reizen of een verbouwing wil doen, heeft daar dan ruimte voor zonder spaargeld aan te spreken.
Als je hypotheek binnen afzienbare tijd afloopt. Zolang de lasten hoger zijn, is het inkomen hoger.
Wanneer je er spijt van krijgt
Als je de daling onderschat. Een verschil van 100:75 klinkt beheersbaar, maar het is levenslang een kwart minder inkomen, vanaf een moment waarop je misschien juist meer kosten hebt. Zorg altijd dat de lage uitkering plus AOW voldoende is voor je vaste lasten, ook als je partner wegvalt.
Als de inflatie hoger uitpakt dan gedacht. De lage uitkering wordt jouw basis voor de rest van je leven. Is die maar net toereikend bij aanvang, dan wordt hij dat over vijftien jaar zeker niet meer.
Als de zorgkosten komen. Juist in de latere jaren kan een eigen bijdrage voor zorg van meer dan € 3.000 per maand aan de orde zijn. Dat valt samen met de periode waarin je uitkering het laagst is.
Het is definitief. Een eenmaal gekozen hoog-laagconstructie draai je niet terug. Dit is een van de weinige pensioenkeuzes waarbij één handtekening je inkomen voor dertig jaar vastlegt.
Een rekenvoorbeeld
Je hebt recht op € 1.600 bruto pensioen per maand en wilt op je 65e stoppen, terwijl je AOW op je 67e ingaat.
Met een hoog-laagconstructie ontvang je bijvoorbeeld twee jaar lang € 2.000 per maand, en daarna levenslang € 1.500. In de eerste twee jaar heb je dan € 400 extra per maand om het ontbreken van AOW op te vangen; daarna komt de AOW erbij en zakt het pensioen.
Of dat uitkomt, hangt volledig af van de hoogte van je AOW en van je vaste lasten. Precies daarom is dit een rekensom en geen vuistregel.
Let ook hierop
Belastingschijven. Een hogere uitkering in de eerste jaren kan je in een hogere tariefschijf brengen. Vóór je AOW-leeftijd betaal je bovendien meer belasting dan erna, omdat je dan nog AOW-premie afdraagt. Dat effect kan een deel van het voordeel opeten.
Toeslagen. Een hoger inkomen in de eerste jaren kan huurtoeslag of zorgtoeslag kosten.
Je partnerpensioen. De keuze voor hoog-laag kan invloed hebben op de hoogte van het partnerpensioen. Vraag dat expliciet na.
Combineren met andere keuzes
Hoog-laag wordt vaak gecombineerd met deeltijdpensioen of met de RVU-regeling. Elk van die keuzes verlaagt je definitieve pensioen op zijn eigen manier; samen kan het effect groter zijn dan je denkt. Reken ze daarom altijd in samenhang door, niet los van elkaar.
Wij zetten de varianten naast elkaar
Wij rekenen de scenario's uit tot op het netto maandbedrag, inclusief AOW, belasting en toeslagen, en kijken of de lage uitkering ook over twintig jaar nog volstaat. Lees ook onze pagina over eerder stoppen met werken. Het eerste gesprek is altijd kosteloos.
Uitgangspunten gelden voor 2026.
Disclaimer, aan deze tekst kunnen geen rechten worden ontleend. De tekst is een momentopname, financiële regels en fiscale wetgeving wijzigen doorlopend.