Je krijgt een transitievergoeding van € 40.000 en houdt er € 20.000 aan over. Dat is geen uitzondering, dat is de regel. De vergoeding komt namelijk bovenop je gewone inkomen in het jaar van uitkering, en belandt daardoor meestal volledig in de hoogste tariefschijf.
Er is iets aan te doen, maar alleen als je het regelt vóórdat het geld op je rekening staat.
Waarom de aanslag zo hoog uitvalt
De transitievergoeding is loon uit vroegere dienstbetrekking. Je werkgever houdt er loonheffing op in via het bijzondere tarief, dat is gebaseerd op je jaarinkomen. Verdien je € 60.000 en krijg je daar € 40.000 bovenop, dan wordt dat hele bedrag belast alsof het je topinkomen is.
In 2026 is de maximale transitievergoeding € 102.000 bruto, of één bruto jaarsalaris als dat hoger is.
Route 1, de vergoeding in een lijfrente storten
Dit is de meest gebruikte route. Je stort (een deel van) de vergoeding in een lijfrente en trekt dat bedrag af in box 1. Je betaalt de belasting dan pas bij uitkering, meestal na je pensionering en vaak tegen een lager tarief.
Hoeveel je mag storten, hangt af van je fiscale ruimte:
- Jaarruimte 2026: maximaal € 35.589. Dat is 30% van je premiegrondslag, verminderd met wat je al aan pensioen opbouwde.
- Reserveringsruimte 2026: maximaal € 42.753 aan niet-gebruikte ruimte uit de tien voorgaande jaren.
Wie jarenlang weinig pensioen opbouwde, heeft vaak meer ruimte dan gedacht. Reken die ruimte uit vóórdat je iets afspreekt, want het scheelt bij een vergoeding van € 40.000 al snel € 15.000 aan directe belasting.
Route 2, het uitkeringsmoment verschuiven
Krijg je de vergoeding in november en verwacht je volgend jaar veel minder inkomen, bijvoorbeeld omdat je WW krijgt of stopt met werken, dan is uitbetaling in januari fiscaal vaak gunstiger. Hetzelfde bedrag valt dan in een lager tarief.
Dit vraagt om een afspraak met je werkgever in de vaststellingsovereenkomst. Achteraf kan het niet meer.
Route 3, spreiden over meerdere jaren
Bij grotere vergoedingen kun je afspreken dat het bedrag in termijnen wordt uitbetaald, verdeeld over twee of drie kalenderjaren. Elk jaar valt dan een kleiner deel in de hoogste schijf. Let wel op het risico: als je werkgever failliet gaat, sta je voor het restant achteraan in de rij.
Route 4, kijken of een RVU-constructie beter uitpakt
Ben je binnen drie jaar van je AOW-leeftijd, dan is een RVU-uitkering soms aantrekkelijker dan een vergoeding ineens. Je krijgt dan maandelijks € 2.357 bruto (2026) in plaats van een bedrag in één keer, wat de progressie in de inkomstenbelasting afvlakt. Dit vraagt medewerking van je werkgever, maar bij een vertrekregeling ligt dat gesprek er toch al.
Een rekenvoorbeeld
Je verdient € 4.500 bruto per maand inclusief vakantiegeld en bent 14 jaar in dienst. Je transitievergoeding: 1/3 × € 4.860 × 14 = € 22.680 bruto.
Zonder maatregelen valt dit bedrag vrijwel volledig in de hoogste schijf. Je houdt er grofweg € 12.000 tot € 13.500 netto van over.
Heb je € 20.000 aan onbenutte jaar- en reserveringsruimte, dan kun je dat deel in een lijfrente storten. Je betaalt dan nu belasting over slechts € 2.680, en de rest volgt later, vaak tegen een lager tarief na je pensionering. Het directe voordeel loopt daarmee in de duizenden euro's.
Waar het misgaat
Te laat beginnen. Zodra de vergoeding is uitbetaald en de loonheffing is ingehouden, zijn route 2 en 3 verdwenen. Alleen de lijfrente-route blijft dan nog open, en die is aan het kalenderjaar gebonden.
Alleen naar het brutobedrag kijken. In onderhandelingen over een vaststellingsovereenkomst gaat het gesprek vrijwel altijd over bruto. Wat je netto overhoudt, hangt net zo goed af van het uitkeringsmoment en je fiscale ruimte.
De rest van het plaatje vergeten. Een vergoeding is één onderdeel. Je WW, je pensioenopbouw die stopt en je partnerpensioen dat mogelijk vervalt, horen in dezelfde berekening. Lees ook de financiële gevolgen van ontslag.
Laat het doorrekenen vóór je tekent
Wij rekenen uit wat je netto overhoudt bij elke route, en hoeveel fiscale ruimte je precies hebt. Dat kost een gesprek en levert vaak duizenden euro's op. Zie ook onze pagina over de financiële gevolgen van ontslag. Het eerste gesprek is altijd kosteloos.
Bedragen en tarieven gelden voor 2026.
Disclaimer, aan deze tekst kunnen geen rechten worden ontleend. De tekst is een momentopname, financiële regels en fiscale wetgeving wijzigen doorlopend.