Terug naar blog

RFPA Blog

RVU-regeling 2026, wat er dit jaar verandert

De RVU-regeling is structureel geworden, het drempelbedrag staat op € 2.357 en er kwam € 300 bij voor lage inkomens. Maar de heffing daarboven loopt op naar 65%.

Glenn Rietveld 27 augustus 2026 3 min lezen

De RVU-regeling is per 2026 op drie punten veranderd. Voor wie overweegt eerder te stoppen, zijn twee daarvan gunstig en één ongunstig. Een overzicht van wat er dit jaar geldt.

1. De regeling is structureel geworden

De RVU-drempelvrijstelling was een tijdelijke maatregel uit het Pensioenakkoord, bedoeld om af te lopen. Na een onderhandelaarsakkoord tussen kabinet, vakbonden en werkgevers in oktober 2024 is de regeling bij het Belastingplan 2026 structureel gemaakt, gericht op mensen met zwaar werk. Er is een evaluatie- en monitoringsbepaling opgenomen, en voor 2026 tot en met 2028 geldt een overgangsperiode.

Wat dat praktisch betekent: je hoeft niet meer te rekenen met een harde einddatum waarvóór je moet stoppen. De haast die er de afgelopen jaren in zat, is eraf.

2. Het drempelbedrag staat op € 2.357, met € 300 extra voor lage inkomens

In 2026 mag je werkgever je € 2.357 bruto per maand meegeven zonder RVU-heffing, maximaal drie jaar vóór je AOW-leeftijd. Het bedrag volgt de netto AOW voor een alleenstaande en wordt jaarlijks aangepast.

Nieuw is de verhoging voor wie hem het hardst nodig heeft: voor werknemers met een laag inkomen of weinig aanvullend pensioen mag de werkgever sinds 1 januari 2026 € 300 bruto per maand extra meegeven, ook zonder heffing. Over drie jaar is dat € 10.800 bovenop de € 84.852 uit de basisregeling.

3. De heffing boven de drempel loopt op naar 65%

Hier zit het ongunstige nieuws. Betaalt je werkgever méér dan het drempelbedrag, dan geldt over dat meerdere een pseudo-eindheffing. Die gaat stapsgewijs omhoog:

JaarRVU-heffing boven de drempel
202657,7%
202764%
202865%

Voor werkgevers wordt een regeling boven de drempel dus elk jaar duurder. Wie een vertrekregeling bespreekt waarin meer zit dan € 2.357 per maand, merkt dat aan de onderhandelingstafel.

Wat blijft hetzelfde

De kern van de regeling verandert niet. De uitkering mag maximaal 36 maanden vóór je AOW-leeftijd ingaan, is voor jou belast als gewoon loon, en wordt gekort op een eventuele WW-uitkering. Je werkgever moet meewerken: de RVU geeft je geen recht om eerder te stoppen. En de gevolgen voor je pensioenopbouw en je partnerpensioen blijven onverminderd gelden.

Hoe de regeling precies werkt en waar hij in de praktijk op vastloopt, lees je in ons uitgebreide artikel over de RVU-regeling.

Wat dit betekent als je in 2026 een keuze maakt

Wie in 2026 de AOW-leeftijd bereikt, is 67 jaar. Ben je nu 64 en wil je stoppen, dan valt je hele overbrugging binnen het maximum van drie jaar. Ben je jonger, dan heb je voor de eerste jaren een andere bron nodig: deeltijdpensioen, pensioen eerder laten ingaan, spaargeld of overwaarde.

Twee dingen zijn het narekenen waard voordat je tekent. Ten eerste: wat een RVU-uitkering doet met je definitieve pensioen, want drie jaar minder opbouw tikt door voor de rest van je leven. Ten tweede: of een RVU-constructie voor jou gunstiger uitpakt dan een transitievergoeding ineens, als beide op tafel liggen.

Wij rekenen het voor je uit

Wij zetten de scenario's naast elkaar en rekenen ze door tot op het netto maandbedrag: met RVU, zonder RVU, en de varianten daartussen. Zie ook onze pagina over eerder stoppen met werken. Het eerste gesprek is altijd kosteloos.

Bedragen en percentages gelden voor 2026.


Disclaimer, aan deze tekst kunnen geen rechten worden ontleend. De tekst is een momentopname, financiële regels en fiscale wetgeving wijzigen doorlopend.

Een vraag over jouw situatie?

We luisteren eerst, daarna leggen we uit wat er kan. Eerste gesprek altijd gratis.